Net als vorig jaar kunnen heel wat inwoners uit onze gemeente opnieuw een beroep doen op een financiële tussenkomst in hun verwarmingskosten.
Hieronder vindt u de belangrijkste voorwaarden en tegemoetkomingen:
Over welke brandstof gaat het ?
Het gaat om de factuur betaald voor huisbrandolie (of mazout) aan de pomp en in bulk (voor het
vullen van een brandstoftank aan huis), verwarmingspetroleum aan de pomp en bulkpropaangas aan
huis geleverd in grote hoeveelheid (in een propaangastank, niet in flessen). Voor het Sociaal
Verwarmingsfonds tussenkomt moet de verkoopprijs van de brandstof hoger zijn of gelijk aan 0,56
€/liter (BTW inbegrepen). Zolang de prijs lager is dan 0,56 euro/liter, komt het fonds dus niet tussen.
Opgelet, de regeling geldt enkel tijdens de verwarmingsperiode, dat wil zeggen voor huisbrandolie die
werd geleverd tussen 1 september 2008 tot 30 april 2009.
Wie kan een beroep doen op deze financiële tussenkomst ?
Categorie 1 : Personen met recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming. Tevens is
vereist dat het jaarlijks bedrag van het bruto belastbaar gezinsinkomen van deze gerechtigden,
niet hoger is dan € 14.624,70, verhoogd met € 2.707,42 per persoon ten laste*.
Categorie 2 : Personen met een laag inkomen, het jaarlijks bruto belastbaar gezinsinkomen is
lager of gelijk aan € 14.624,70, verhoogd met € 2.707,42 per persoon ten laste*.
Er wordt hierbij rekening gehouden met het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen (x3) van de
onroerende goederen buiten de gezinswoning.
Catégorie 3 : Personen met schuldoverlast, personen met een schuldbemiddeling in het kader
van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet of een collectieve schuldenregeling
overeenkomstig de artikelen 1675/2 en volgende en die de verwarmingsfactuur niet kunnen
betalen.
Categorie 4 : Personen met een bescheiden inkomen, huishoudens met een jaarlijks netto
belastbaar inkomen lager of gelijk aan € 23.705,66.
* Om als persoon ten laste te worden beschouwd, dient het netto inkomen lager dan 2.700 €, de
gezinsbijslag en het onderhoudsgeld voor kinderen niet meegeteld.
Hoeveel bedraagt de toelage ?
Voor de categorieën 1, 2 en 3 : de toelage schommelt tussen 3 en 20 cent per liter.
Dit bedrag hangt af van de gefactureerde prijs van de brandstof : hoe hoger de prijs, hoe groter de
tussenkomst. Het Fonds komt tussen voor maximum 1500 liter per winter per gezin.
Voor de Categorie 4 : de tussenkomst per liter is vervangen door een forfaitaire toelage. Per
verwarmingsperiode wordt een forfaitaire toelage van 105 € toegekend op voorwaarde dat er
minstens 750 liter is geleverd. Om deze grens van 750 liter te bereiken, mag de aanvrager
meerdere leveringen combineren. Het is de laatste levering die het beginpunt van de 60 dagen
termijn voor het indienen van de aanvraag determineert.
Voor personen die zich verwarmen met stookolie of verwarmingspetroleum (ook genoemd
lamppetroleum) gekocht aan de pomp, is een forfaitaire toelage voorzien van 150 euro. Eén
aankoopbewijs volstaat om recht te hebben op de forfaitaire toelage.
Hoe vraagt u de toelage aan ?
Binnen de 60 dagen na de levering moet u via het Sociaal Huis uw aanvraag indienen.
De maatschappelijk werker zal nagaan:
of u wel degelijk behoort tot één van de categorieën van de doelgroep ,
of u inderdaad gebruik maakt van een brandstof waarvoor u de steun kan krijgen,
of de prijs die op de factuur is vermeld, inderdaad de minimum drempelwaarde voor een
tussenkomst bereikt heeft,
of het adres dat op de factuur wordt vermeld, overeenkomt met het leveringsadres en het adres
waar u gewoonlijk verblijft,
of u voldoet aan de hierboven gestelde inkomensgrenzen; uw inkomensgegevens en die van de
leden van uw huishouden worden via elektronische weg rechtstreeks bij de FOD Financiën
opgevraagd.
Hij/zij zal u volgende documenten vragen:
Een kopie van de leveringsfactuur of -bon. Indien u in een gebouw met
meerdere appartementen woont, vraagt u aan de eigenaar of beheerder van het gebouw een
kopie van de factuur en een attest met vermelding van het aantal appartementen waarop de
factuur betrekking heeft.
Indien u behoort tot categorie 1 :
uw identiteitskaart,
op aanvraag van het OCMW, het bewijs van het gezinsinkomen (het meest recente
aanslagbiljet, de meest recente loonfiche, het meest recente attest van een ontvangen
sociale uitkering, …).
Indien u behoort tot categorie 2 :
uw identiteitskaart,
op aanvraag van het OCMW, het bewijs van het gezinsinkomen (het meest recente
aanslagbiljet, de meest recente loonfiche, het meest recente attest van een ontvangen
sociale uitkering, …).
Indien u behoort tot categorie 3 :
de beslissing van toelaatbaarheid van de collectieve schuldenregeling of een attest van
de persoon die de schuldbemiddeling verricht.
Indien u behoort tot categorie 4:
uw identiteitskaart,
op vraag van het OCMW, het meeste recente aanslagbiljet.
Meer informatie op www.verwarmingsfonds.be of op het gratis nummer 0800/90 929.